Arbocatalogus voor de Afvalbranche gereed
Twee jaar
Het wordingsproces van de arbocatalogus duurde circa twee jaar. Onderdelen van de eerste editie werden in 2009 afgekeurd door de Arbeidsinspectie, die de arbocatalogi van alle branches toetst aan de doelvoorschriften van de Arbowet en aan strijdigheid met bestaande regelgeving.
Nadat de op- en aanmerkingen waren verwerkt, werden de niet-goedgekeurde onderdelen eind 2010 opnieuw voorgelegd aan de Arbeidsinspectie. Die liet onlangs weten dat de toetsing voor bijna alle voorgelegde onderdelen positief is uitgevallen. Een negatief oordeel velde de Arbeidsinspectie over het onderdeel‘-procesveiligheid: straalwerkzaamheden’, omdat hier wel de arborisico’s worden benoemd, maar de daarbij behorende concrete maatregelen om te kunnen voldoen aan de doelvoorschriften ontbreken. Tan denkt dat de afvalbranche nu op de helft zit met de arbocatalogus. “De komende maanden gaan we de andere helft verbeteren. Het gaat om een aantal wezenlijke onderwerpen, waaronder ‘verkeer en omgeving’, ‘gevaarlijk afval’ en ‘vallen van hoogte’.”
De in de afvalbranche geuite klacht dat de totstandkoming van de arbocatalogus wel erg lang duurde, deelt Segboer van de Arbeidsinspectie niet. “De catalogus is breed en serieus van opzet, dat is vrij uniek. Er zijn branches die maar twee onderwerpen behandelen. De afvalbranche heeft voor een integrale benadering gekozen. Dat is een complex proces, dan hebben ze het nog snel gedaan.”
Voor de Arbeidsinspectie is de arbocatalogus het referentiedocument bij de handhaving. Segboer: “Bedrijven die de maatregelen van de catalogus hebben ingevoerd, zitten goed. Die laten we met rust. Daar zal een inspecteur snel weer weg zijn. Nietnalevers gaan we hinderlijk volgen. Zij hebben een grotere inspectiekans.” Het staat werkgevers overigens vrij andere maatregelen te treffen dan in de arbocatalogus staan vermeld, mits ze minstens zo goed zijn. De catalogus is ook het referentiedocument voor afvalbedrijven die niet zijn aangesloten bij een van de koepelorganisaties van de branche en niet hebben bijgedragen aan de inhoud ervan. Segboer: “Het zou vreemd zijn als je hetzelfde werk doet, met dezelfde risico’s, en met een ander handhavingsregime te maken krijgt.”
Een catalogus is één ding, zorgen dat hij sectorbreed ‘tussen de oren’ komt bij de mensen die hem moeten uitvoeren is een tweede. De Stichting Arbocatalogus Afvalbranche (StAA), onder leiding van directeur Ger de Jong van De Meerlanden, is daar verantwoordelijk voor. De Jong: “We gaan workshops organiseren en communiceren met alle doelgroepen voor wie de catalogus is bedoeld. De HRM- en KAM-managers weten meestal wel wat van hen wordt verwacht, de teamleiders en ploegchefs niet.” De Jong verwacht dat het “nog een tamelijk langdurig proces wordt” om de catalogus op de goede plaatsen te laten landen. “Ik denk dat in veel bedrijven zowel werkgevers als werknemers verheugd zullen zijn over de maatregelen.”
De kracht van de catalogus moet in de praktijk blijken, zegt Segboer. “Onze ervaring is dat er veel energie nodig is om een arbocatalogus voor het voetlicht te krijgen bij de bedrijven.”






